Interfisc | Met de auto van de zaak de grens over (deel 1) - Interfisc
8584
post-template-default,single,single-post,postid-8584,single-format-standard,ajax_updown_fade,page_not_loaded,boxed,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive

Met de auto van de zaak de grens over (deel 1)

 

Met de auto van de zaak de grens over (deel 1)

Het uitbreiden van een onderneming over de landsgrenzen is door niet op elkaar aansluitende nationale wet- en regelgeving een behoorlijke hobbel. In onderstaande casus wordt de populaire arbeidsvoorwaarde “auto van de zaak” of wel de bedrijfswagen onder de loep genomen. De buitenlandse werkgever heeft een aantal opties om deze voorwaarde in te vullen, maar moet wel rekening houden met de Nederlandse regels voor de fiscale behandeling van de auto van de zaak.

De casus

Een succesvolle Belgische onderneming, producent van industriële snijmachines, wil graag haar afzetmarkt vergroten en ziet hiervoor mogelijkheden in Nederland. Het management neemt een ervaren Nederlandse verkoper in dienst die in de loop der jaren een omvangrijk netwerk in de sector heeft opgebouwd. De onderneming begint behoedzaam in Nederland en de targets voor de verkoper worden niet al te hoog vastgesteld.

Het werkterrein voor de verkoper is nagenoeg uitsluitend Nederland en de onderneming opereert vanuit België. De onderneming heeft zich bij de belastingdienst Kantoor Buitenland gemeld als inhoudingsplichtige en heeft voor de maandelijkse afhandeling van de loonbelastingverplichtingen een salarisverwerker in Nederland in de arm genomen. In de eerste maand bezoekt de verkoper zijn “prospects” met zijn privé auto in afwachting van zijn bedrijfswagen die onderdeel is van zijn arbeidsvoorwaardenpakket.

Om de verkoper een bedrijfswagen ter beschikking te stellen, heeft het management vier mogelijkheden onderzocht:

1. Een auto leasen bij een Belgische leasemaatschappij;

2. Een auto kopen in België;

3. Een auto leasen bij een Nederlandse leasemaatschappij;

4. Een auto kopen in Nederland.

De uitwerking van de opties

In eerste instantie lijken optie 1 of 2 het meest voor de hand liggend. De onderneming is al jaren klant bij de Belgische leasemaatschappij. Mocht de leasemaatschappij in dit geval geen auto willen uitgeven dan kan er altijd nog een auto worden gekocht bij één van de autodealers op de autoboulevard vlak bij de vestiging van de onderneming. Toch kan dat een kostbare oplossing zijn.

Optie 1:

Een auto leasen bij de Belgische leasemaatschappij is, in eerste instantie, afhankelijk van de voorwaarden van de leasemaatschappij. Staan de voorwaarden het toe dat de auto nagenoeg uitsluitend in het buitenland met Belgische kentekenplaten wordt ingezet? Als de Belgische leasemaatschappij de auto ter beschikking stelt om te worden ingezet op Nederlands grondgebied, dan zal de Nederlandse belastingdienst nog belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) willen ontvangen en periodiek motorrijtuigenbelasting (mrb). Het Belgische kenteken moet hier dan geregistreerd worden. Let wel, de auto wordt niet geïmporteerd maar de Belgische kentekenplaten worden geregistreerd om zo BPM en mrb te innen. De bijkomende BPM en mrb verhoogt het leasebedrag, wat niet wenselijk is.

Optie 2:

Een auto in België kopen, kent hetzelfde probleem en de auto zal hier geregistreerd moeten worden. De auto behoudt zijn Belgische kentekenplaten en voor de auto wordt eenmalig BPM afgedragen en periodiek mrb. De af te rekenen BPM en mrb worden naar Nederlandse maatstaven berekend. Het bedrag aan BPM hangt onder meer samen met het bouwjaar waarmee een tweedehands auto een aantrekkelijk optie kan zijn.

Het management laat de twee opties doorrekenen. Aanschafprijzen en dus ook de leasebedragen van een auto zijn in België lager dan in Nederland en wellicht is het, ondanks de BPM en mrb, goedkoper dan voor optie 3 of 4 te kiezen.

Optie 3:

Een auto leasen bij een Nederlandse leasemaatschappij kent ook haar eigen hindernissen. Niet alle leasemaatschappijen in Nederland zullen een leasecontract sluiten met een buitenlands bedrijf dat in Nederland niet geregistreerd is. Voor de betaling van de leasetermijnen wil de leasemaatschappij automatisch incasseren van een Nederlandse bankrekening. Het eventueel openen van een Nederlandse bankrekening door de Belgische onderneming, die hier in Nederland geen vestiging heeft, is geen sinecure. Het management onderzoekt welke Nederlandse leasemaatschappijen wel leasecontracten sluiten met buitenlandse bedrijven.

Optie 4:

Een auto kopen in Nederland, dat kan, maar levert gelijk het probleem op dat de auto niet op naam kan worden gezet en zo ook niet te verzekeren is. Het management onderzoekt de mogelijkheid om via een derde de auto op naam te krijgen en te verzekeren. Als de werknemer uit dienst gaat en de auto niet meer in Nederland gebruikt wordt, moet de auto weer terug naar de onderneming in België. Die moet dan worden ingevoerd, voorzien worden van Belgische kentekenplaten, enz. Al met al een dure oplossing in deze situatie.

Dubbele belasting? Er is toch een verdrag?

De auto met buitenlands kenteken zal hier geregistreerd moeten worden voor de BPM en mrb. Zo wordt de auto dubbel belast. België kent een verkeersbelasting die overeenkomt met de mrb en een belasting op in verkeersstelling wat vergelijkbaar is met de BPM. Het verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en België biedt hier geen uitkomst want dat verdrag ziet alleen op belastingen op inkomen en vermogen.
De belastingdienst kent wel de mogelijkheid voor ingezeten om voor gebruik van een auto met buitenlands kenteken voor een beperkte termijn vrijstelling te verlenen voor de BPM en de motorrijtuigenbelasting.

Een inwoner van Nederland kan die vrijstelling voor maximaal twee weken krijgen voor de BPM en motorrijtuigenbelasting als hij als ingezetene van Nederland in een auto met buitenlands kenteken rijdt. Het dienstverband zal ongetwijfeld langer dan twee weken duren, dus vrijstelling vragen is geen optie.

Overigens bestaat er ook een langdurige vrijstelling voor de BPM en mrb maar die biedt hier geen uitkomst voor de auto met Belgische kentekenplaten. De belastingdienst stelt namelijk als eis dat de auto ten minste 70% in het buitenland gebruikt wordt. Nu het werkterrein van de verkoper Nederland is, biedt die optie geen uitkomst.

De werknemer

Voor de werknemer maakt het niet uit of hij in een auto met Nederlandse of Belgische kentekenplaten rijdt, al is de gedachte hardnekkig dat het rijden met een Belgische auto voordeliger is. Als hij de auto ook privé gebruikt, wordt de bijtelling berekend op basis van de Nederlandse cataloguswaarde van de auto. Dat auto’s in België goedkoper zijn, doet niet ter zake, de Nederlandse cataloguswaarde is leidend.

De oplossing

Uiteindelijk heeft de Belgische onderneming, in overleg met de verkoper, besloten om in plaats van de auto van de zaak een riante maandelijkse mobiliteitstoelage te betalen. Het management is nog niet 100% overtuigd van het succes op de Nederlandse markt en ziet daarom af van lange termijn verplichtingen voor de auto.

De mobiliteitstoelage is belast maar de werknemer kan zijn werkgever verzoeken, via de salarisadministratie, deze bruto toelage uit te ruilen tegen de onbelaste kilometer vergoeding van € 0,19. Uiteraard moet daar een deugdelijke kilometerregistratie van zijn zakelijke ritten aan ten grondslag liggen. Zo vermindert hij de belastingdruk op de toelage enigszins. Overigens moet de werkgever niet de autokosten van de privé auto integraal vergoeden aan de werknemer.

De belastingdienst kwalificeert de privé auto dan als auto van de zaak en zal de werknemer bijtelling over de auto moeten betalen.
De verkoper kan de mobiliteitstoelage aanwenden om in privé een auto te leasen (privat lease), voor de Belgische onderneming is dat een prettige optie, zij hebben geen lange termijn verplichting. Pas op dat niet nog daarnaast de brandstofkosten worden vergoed of gemakshalve een brandstofpas wordt verstrekt. Hieruit kan de belastingdienst concluderen dat er sprake is van een auto van de zaak en wordt de werknemer geconfronteerd met bijtelling over de in privé geleasete auto.

Aan de verkoper kan indien nodig, een lening worden verstrekt om een auto aan te schaffen. Let op als er een voordelig rentetarief overeen wordt gekomen. Het verschil tussen de marktrente en de lagere rente op de lening is een belast voordeel.

Conclusie

Als een auto met Belgische kentekenplaten in Nederland wordt ingezet worden het prijsvoordeel van de Belgische auto (grotendeels) te niet gedaan omdat Nederland nog BPM en mrb zal innen aan de hand van de Nederlandse cataloguswaarde.

De leasemaatschappij in België als ook in Nederland is ieder voor zich gebonden aan eigen voorwaarden en nationale regelgeving waardoor grensoverschrijdend leasen niet gemakkelijk is.

Nu is gekozen voor een riante, belaste, mobiliteitstoelage waarmee het aan de werknemer zelf wordt overgelaten hoe hij zijn zakelijk vervoer regelt. Een fiscaal voordeel kan worden gehaald door de belaste toelage uit te ruilen tegen de onbelaste kilometervergoeding van € 0,19.

Er is in deze zaak geen beste of slechtste oplossing omdat één en ander samenhangt met de feiten en omstandigheden. Het is belangrijk in dergelijk situaties naar het geheel te kijken om voor alle betrokken de gevolgen in kaart te brengen en passende oplossingen te vinden. Het inhuren van specialisten neemt zorgen uit handen en voorkomt boetes.

In deel 2 heeft de Belgische onderneming besloten de Nederlandse verkoopactiviteiten aan een medewerkster over te dragen die woont in België en hier al jaren de Belgische verkoopactiviteiten op zich neemt. Omdat de reisafstand tussen haar woning in België en haar verkoopgebied, Nederland, groot is huurt de onderneming een appartement in Utrecht. Zij blijft wel in haar bedrijfswagen met Belgische kentekenplaten rijden.

Heeft u vragen?

Neem contact met ons op:

PUBLICATIES:

Interfisc Grensoverschrijdend werken

Dit artikel is geschreven door Remco den Haan, Tax Manager bij Interfisc Consult B.V. en gepubliceerd in het vakblad Grensoverschrijdend werken, nr. 21, maart 2019

Publicatiedatum: 04 /07 /2019