Interfisc | De 183 dagenregeling, wat is dat? Lees meer over de misverstanden | Interfisc
13212
page-template-default,page,page-id-13212,ajax_updown_fade,page_not_loaded,boxed,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

De 183 dagenregeling

 

Heeft u vragen?

Neem dan contact met ons op:
Francesco Monteiro en Ewold Bom
staan u graag te woord:

Wij bieden deze dienst aan in:

De 183 dagenregeling, wat is dat eigenlijk?

Vrijwel iedereen die tijdelijk in het buitenland heeft gewerkt of soms werknemers naar het buitenland detacheert heeft wel eens gehoord van de 183 dagenregeling. Deze benaming is in de loop der tijd “ontstaan”, maar geeft eigenlijk de strekking van de regeling niet volledig weer. En leidt daarom vaak tot misverstanden.

De 183 dagen regeling is een vast onderdeel van belastingverdragen die landen onderling hebben afgesloten ter voorkoming van dubbele belasting op inkomen. In Europa zijn de belastingverdragen gebaseerd op het OESO modelverdrag (waarmee het raamwerk identiek is), maar landen kunnen wel onderling specifieke afspraken maken, zo is er een bijvoorbeeld een compensatieregeling tussen Nederland en België alsmede tussen Nederland en Duitsland.

De regeling staat in het artikel dat gaat over “inkomen uit niet zelfstandige arbeid”.

Hoofdregel = belasting betalen in het werkland (werklandbeginsel)

D.w.z.: inkomsten uit niet zelfstandige arbeid zijn belast in het land waar de werkzaamheden worden verricht (werkland).

Uitzondering = belasting betalen in het woonland (3 voorwaarden!)

Die inkomsten worden in het woonland van de werknemer belast als cumulatief aan drie voorwaarden is voldaan:

  1. de werknemer verblijft minder dan 183 dagen in het werkland en
  2. de beloning wordt niet betaald door of namens een inwoner (lees werkgever) van het werkland en
  3. de beloning komt niet ten laste van een vaste inrichting in het werkland.

Hoe bereken je dan die 183 dagen?

Per verdrag zijn er verschillen met betrekking tot de periode waarbinnen de 183 dagen berekend moeten worden: soms moet gerekend worden per kalenderjaar, per belastingjaar of per periode van 12 maanden.
Let op, het gaat altijd om verblijfsdagen!

Wat kan er misgaan?

Als niet aan alle drie de voorwaarden voldaan wordt, moet er dus in het werkland belasting betaald worden. Soms al vanaf de eerste werkdag! Gebeurt dat niet, dan kan dit naheffingen & boetes tot gevolg hebben en uiteraard de nodige correcties in de salarisadministratie en belastingaangiftes in de betrokken landen.

Veel bedrijven gaan er gemakshalve vanuit dat, wanneer hun medewerkers minder dan 183 dagen in het buitenland werken, zij in dat land dus géén belasting hoeven te betalen. Hieronder ziet u een tweetal voorbeelden van situaties waarin echter niet aan alle 3 de voorwaarden voldaan werd, met belastingafdracht in het buitenland tot gevolg:

  • Een Duits bedrijf zegt dat zijn werknemers hooguit vier maanden in Nederland werken en dus niet belast zijn in dat land (want minder dan 183 dagen werkzaam). Echter, bij in-/uitlening ontvangt de Nederlandse inlener vaak een factuur voor de gewerkte uren per, met naam genoemde, buitenlandse medewerker, zodat gesteld kan worden dat de beloning namens een inwoner van het werkland betaald wordt. Zo wordt niet aan de tweede voorwaarde voldaan en is de hoofdregel van toepassing: de werkzaamheden zijn belast in het werkland.
  • Een Belgisch bouwbedrijf verwacht twee jaar bezig te zijn met een project in Nederland. Het Belgisch-Nederlands Belastingverdrag geeft aan dat als de duur van de uitvoering van een bouwwerk een termijn van 12 maanden overschrijdt, er sprake is van een vaste inrichting. Zodoende komt de beloning ten laste van een vaste inrichting in Nederland met belastingafdracht in Nederland tot gevolg. Overigens kan de genoemde termijn van 12 maanden in voorkomende gevallen langer of korter zijn.

Wat u moet onthouden? Dat het lang niet altijd zo is dat u pas ná 183 dagen werken in het buitenland belasting moet betalen in het buitenland! Check op voorhand of er een uitzondering geldt.