Interfisc | Ervaringen van werkgevers met onze internationale salarisadministraties
7626
page-template-default,page,page-id-7626,ajax_updown_fade,page_not_loaded,boxed,wpb-js-composer js-comp-ver-6.2.0,vc_responsive

De ervaring van CFE

 

Gabriel Marijsse,

Director of Human Resources CFE

‘Interfisc is een goede sparringpartner'

“Ik ontmoette Robert Mahieu en André Hamulyák meer dan twintig jaar geleden. Robert was een Belg, dus dat schepte direct een band. Kort daarna deed Interfisc de loonadministratie voor ons personeel in Nederland en adviseerde het CFE over pensioendossiers.

Het was de tijd waarin we met onze Belgische firma een aantal aanbestedingen voor grote bouwprojecten hadden gewonnen in Nederland. We waren betrokken bij de bouw van de sluizen in Helmond en Schijndel, de Piet Heintunnel, de Erasmusbrug en metrostation Wilhelminaplein. Het was mijn verantwoordelijkheid dat het bij die al projecten goed verliep met de afdracht van sociale verzekeringen.

In de loop van het jaar wees Interfisc ons op een onverwachte beslissing van de Nederlandse overheid. Voortaan werden buitenlandse bouwbedrijven verplicht om premies te betalen voor hun arbeiders die in Nederland werken. Het probleem was dat wij soortgelijke premies ook al voor onze medewerkers betaalden in België. Dit betekende dubbele premies. Die kosten hadden wij niet opgenomen in onze offertes voor de aanbestedingen. We zouden op deze manier niet binnen het kostenplaatje kunnen blijven. Dit was voor ons een groot probleem.

Als we in Nederland aantoonden dat we in België al premie betaalden werden we vrijgesteld.

Gelukkig zorgde Interfisc, samen met de vakbonden en werkgeversorganisaties, voor een oplossing. Als we konden laten zien dat we in België al premie voor een werknemer betaalden, werden we in Nederland vrijgesteld.

We hadden een hartelijk contact, al herinner ik me ook verschillen tussen ons Belgen en jullie Nederlanders. Zo had één van de Nederlandse opzichters van de bouwplaats eens voor iedereen grote croissants meegenomen met een snee kaas ertussen. De Nederlandse arbeiders waren blij: ‘Fijn, we krijgen nog te eten ook.’ De Vlaamse en Waalse collega’s keken verbaasd op: ‘Wat blief, moeten we dát eten?’

En soms leidde ons contact tot een Babylonische spraakverwarring. Eén van mijn collega’s zei tijdens een bespreking dat ook de handlangers van onze arbeiders mee zouden komen. ‘Pardon?’, vroegen jullie. Wij wisten niet dat handlanger in Nederland zoiets betekent als medeplichtige en een negatieve associatie heeft. In België gebruiken we het om maten en helpers aan te duiden.

Ook toen wij zeiden dat we een aantal mensen wilden afdanken, werden we door Interfisc gecorrigeerd. ‘In Nederland zeggen we dat het nodig is om een aantal mensen te ontslaan.

We konden openhartig met Interfisc overleggen, op onze Belgische manier.

Ik heb onze samenwerking heel prettig gevonden. Interfisc heeft ons bijgestaan met realistische adviezen en we konden openhartig met jullie overleggen, op onze Belgische manier. Dat gaf een veilig gevoel. Interfisc is een goede sparringpartner. Voor Belgen is het bovendien fijn dat het bedrijf de Franse taal beheerst. En gelukkig was er ook bij jullie nuchtere Nederlanders af en toe tijd voor een grap en een pintje.”